De doctrine van het simplisme.

Aan sociaal-maatschappelijk onderzoek inzake de kiesintenties van de Vlaming is er de laatste decenia geen gebrek. Bovendien wordt elke verkiezing steevast opgezadeld met de beladen term: ‘moeder van alle verkiezingen’! Deze van 25 mei zou dus de ‘overgrootmoeder’ of  ‘achterkleindochter’ kunnen zijn, ik ben het even kwijt, maar goed, de impact van de politieke berichtgeving is dus wel degelijk navenant.

In 2013 studeerde Jan Rutten aan Sint Lucas Antwerpen af met de scriptie ‘Democratie in druk – 20e-eeuwse posters van Vlaamse partijen’. Hij begaf zich als masterstudent grafisch ontwerp op een terrein waar in Vlaanderen amper diepgravend onderzoek naar werd verricht, namelijk dat van de ‘politieke visuele beeldvorming’. Hoe gingen de Vlaamse politieke families om met hun visuele identiteit, iets wat later als ‘branding’ zou worden bestempeld? Wat was hun taalgebruik en wat was de impact van vorm, kleur en typografie? Wat de vorige eeuw nog kortweg als politieke propaganda werd beschouwd, wordt in de hedendaagse samenleving meer subtiel verpakt als ‘marketingstrategie’.

Natuurlijk is ‘marketing’ niet hetzelfde als ‘propaganda’. We associëren propaganda doorgaans met totalitaire staatsapparaten, religieuze bewegingen en terroristische organisaties. Daarom heeft het vaak een negatieve connotatie. De bedenkers van efficiënte propaganda beheersen echter als geen ander de kunst van de vereenvoudiging –lees simplificering– vanuit een bepaalde ideologische doctrine. Waarbij een zorgvuldig opgebouwde logica vaak langzaam evolueert tot een draconische onlogica. Het vergt soms zelfs moeite om de opgevoerde bewijsvoering te ontkrachten. Intussen weten we waartoe deze simplificering kan leiden.

De kunst van de simpfliciatie is een gevaarlijk wapen in de manipulatie van het vrije denken. Bovendien weerhoudt de waan van de dag politici te vaak de mogelijkheid om grondig te reflecteren over de in kaart gebrachte problematiek. Snelle oplossingen worden verwacht, maar zijn vaak tot falen gedoemd, want de canon van ‘actie en reactie’ en de menselijke plantrekkerij zorgt ervoor dat snelle oplossingen in vaak belabberde vehikels van wetten belanden. Net zoals de erkenning van complexiteit wordt de ‘nuance’ tijdens de zoektocht naar duurzame oplossingen doorgaans niet als ‘sexy’ bevonden en dus afgedaan als grijs en niet moedig.

Het tegendeel is waar. Het vergt veel moed om de maatschappelijke problemen te fileren en experten uit onnoemelijk veel vakgebieden te bevragen. Een bepaalde politieke klasse zou daarom beter informeren en luisteren naar deze experten i.p.v. het voortdurend debiteren van stellingen met onrealistische aspiraties. Intussen worden partijprogramma’s wel (schoorvoetend) berekend, maar nog steeds blijven de cijfers voer voor oneliners. Voor elk wat wils, vooringenomen en gekleurd. Waarna de kiezer kiest, en de kiezer heeft altijd gelijk. Maar is het geen naieve illusie om te denken dat kiezers reflecteren over de impact van hun uitgebrachte stem? Hebben ze dan wel degelijk gelijk? Doe maar even de stemtest en je weet wel beter. En hoe vaak worden integere beleidsmakers, hardwerkend in de luwte, gewoonweg niet afgemaakt omdat ze de kunst van het propagandisch discours niet beheersen, of niet willen beheersen?
Is dit de tol van onze democratie?

Propaganda heeft dus alles met het communiceren van ideologie te maken, zou je kunnen denken. Maar bieden deze ideologieën nog sluitende antwoorden op de werking van onze toekomstige maatschappij? Zijn de paradigma’s van links, rechts, progressief en conservatief niet achterhaald en laten we er ons niet al te snel aan vangen? Gaat het uitsluitend om een keuze tussen (ultra)liberale vrije markt (dat uiteindelijk geen vrije markt blijkt te zijn) en een sociaal model waarbij de overheid een prominente rol speelt. Misschien gaat het gewoon om een eerlijke en rechtvaardige regeling. Waarbij niet steeds ‘het individu’ maar wel ‘het algemeen belang’ centraal staat. Noem het een ‘ontvoeding’ van het individueel ‘egoisme’. Je zou dit ‘het centrum’ kunnen noemen of wat dacht u van ‘links-liberaal’? Wellicht is dit gewoon ‘common sense’ i.f.v. een duurzame en eerlijke samenleving.

We leven in een land met een grote politieke complexiteit met Brussel als metafoor (niet toevallig de hoofdstad van Europa!). In tegenstelling tot andere landen, hebben we nauwelijks last van ego en chauvinisme en ondanks deze bestuurlijke complexiteit houden we midden deze crisis meer dan stand. Is het omdat we de bakermat zijn van het ‘surrealisme’ of omdat de ‘nuance’ hier steeds haar rechten heeft gekend? Het is net deze complexiteit dat nuancering nodig heeft. Deze overlegcultuur mag niet worden onderschat, want het behoudt ons land van éénzijdige en extreme koerswendingen. Gaat het hierdoor gewoon wat trager? Een democratie werkt traag, tergend traag soms, maar misschien werkt ze daarom wel echt, hier in België.

Het is duidelijk dat de toekomstige maatschappij wellicht meer hybride zal zijn, waarbij ideologieën zich meer in mekaar zullen verstrengelen. Misschien zou ons partijpolitieke landschap zich daar best eens over beraden.

Hugo Puttaert
mei 2014